Skip to main content

Posts

Fietspad

Ik ben blij voor de snorfietsers dat ze zich niet meer aan me hoeven te ergeren op het fietspad. (I'm happy for moped riders that they no longer need to be annoyed by me on the bike lane.)

Bezig

Ik ben met de belasting bezig . (I am working on the tax declaration.)

Toilet

Waar is het toilet? Kunt u me zeggen waar het toilet is? (Where is the bathroom? Can you tell me where the toilet is? )

Vaak Vaker Vaakst

Ik ga vaak naar de Jumbo. Ik ga nog vaker naar de Lidl. Het vaakst ga ik naar de Albert Heijn. (I often go to the Jumbo. I go to Lidl more often. I go to the Albert Heijn the most often.)

Sneller

Trekvogels reizen sneller in het voorjaar dan in het najaar. (Migratory birds travel faster in spring than in the fall.)

Zomertijd

De tijden zijn veranderd. (Times have changed.)

Ontbijten op zondag

Op zondag ontbijten we samen want dan hebben we genoeg tijd. (On Sunday we have breakfast together because then we have enough time.)